1. Een goede verdediging is belangrijker is dan een goede aanval

In een beleggingsportefeuille zijn definitieve verliezen op individuele posten onvermijdelijk. Maar die verliezen mogen nooit ontwrichtend zijn voor je totale vermogen. Grote verliezen kunnen er in de eerste plaats komen door té grote concentraties. Zeker met individuele aandelen moet je opletten met té hoge posities.

Beleggen in een individueel aandeel is per definitie al erg risicovol omdat met een individueel aandeel plots en snel veel kan gebeuren. Denken we bijvoorbeeld aan schuldproblemen, fraudes met de boekhouding, disruptieve technologische ontwikkelingen, enz. Die kunnen de aandelenkoers van een bedrijf plots fors en blijvend naar omlaag halen.

Voorbeelden van snelle neergang zonder herstel zijn legio. Het verleden heeft ook voldoende aangetoond dat stabiele huisvaderaandelen eigenlijk niet bestaan ex ante. Spreiden is dus de boodschap, en meer bepaald verstandig spreiden over diverse sectoren en regio’s. De pijnlijke les van menig belegger in Belgische bankaandelen mag bijvoorbeeld niet vergeten worden.

Dezelfde waarschuwing over concentraties geldt trouwens ook voor individuele obligaties . Ook hier zijn er veel voorbeelden van een snelle instorting van een aanvankelijk hoge kredietwaardigheid. Denk maar aan Lehman Brothers of de Griekse overheid. Niet voor niets werd een belangrijk beleggersgezegde na de recente financiële crisis: “the return óf your money is more important than the return ón your money”.

Risicobeheer vinden we dus het belangrijkste in beleggen. We vinden dat je financieel vermogen voldoende gediversifieerd moet zijn en ook een voldoende veiligheidsbuffer moet hebben. Met veiligheidsbuffer bedoelen we kortlopende kwaliteitsobligaties (of in de huidige rentecontext: cash).

2. Don’t Ask Your Barber If You Need A Haircut

Je belangen en die van de financiële tussenpersonen lopen niet gelijk. Zij hebben immers belang bij een zo hoog mogelijke kostenstructuur, terwijl kosten je rendement natuurlijk significant aantasten. Tussenpersonen kunnen ook belang hebben bij extra transacties in je portefeuille terwijl dit wederom kosten meebrengt terwijl die extra transacties vaak niet nodig zijn.

Je zal opwerpen dat de financiële tussenpersoon toch oog moet hebben voor de relatie op lange termijn en dus mee het belang van de klant moet behartigen. Dit is echter enkel in theorie juist, gezien de gangbare vergoedingssystemen vooral gericht zijn op de korte termijn. De financiële tussenpersoon weet daarenboven ook dat je niet zo gemakkelijk van bank verandert of slechte of verlieslatende beleggingen afsluit. De particuliere belegger wordt door de asymmetrie in informatie ook meestal gehinderd om de prestatie van zijn beleggingen goed te beoordelen, en dit leidt vaak tot inertie.

Natuurlijk kan je niet beleggen zonder ideeën of advies. En die haal je deels ook bij je tussenpersonen. Maar bij belangrijke of ingewikkelde beleggingsbeslissingen raden we je toch aan: ‘get a second opinion’. In je kenniskring is er altijd wel iemand die financieel onderlegd is en een kritische blik kan werpen op een voorstel.

Neem ook je tijd om te beslissen en te vergelijken, zoals je trouwens meestal doet voor veel minder belangrijke aankopen. Besteed veel aandacht aan de diverse kosten, want in heel wat beleggingsformules zijn hoge jaarlijkse kosten een belangrijke risicofactor (zie ook onze andere artikels).

3. Wees realistisch over je beleggingskunde. De beste investeringen zijn vaak degene die je niet hebt gedaan.

Onder de vele beleggersfouten zijn zelfoverschatting en overmoed heel belangrijke. Heel wat beleggers meten zich voorspellende eigenschappen toe terwijl de toekomst niet te voorspellen is. Er zijn voor de toekomst steeds verschillende scenario’s mogelijk en het is zeer gevaarlijk om enkel rekening te houden met één scenario.

Je moet als belegger ook niet denken sneller over informatie te kunnen beschikken dan degene die al in de koers is verwerkt. Het verwerken van informatie in koersen gaat immers razendsnel, gezien de massa professionele analisten die aanwezig zijn op de financiële markten.

In verband met de moeilijkheid van ‘stock picking’ delen we hier graag belangrijke relevante onderzoeksresultaten. Professor Hendrik Bessembinder van de Carey School of Business berekende dat de afgelopen 30 jaar (jan 1990- juni 2020) slechts 39 procent van de 64.044 wereldwijd genoteerde aandelen aan waarde won. Van die genoteerde bedrijven werd dus 61 procent minder waard, waarvan een vijfde zelfs waardeloos werd!

Nog een onthutsende statistiek uit die studie: slechts 1,5 procent van de bedrijven zorgde voor de volledige stijging van de beurswaarde uit die periode. Dit betekent dus dat 98,5 procent van de wereldwijd noterende aandelen de voorbije dertig jaar gemiddeld nul waarde creëerde.

Wij zijn uiteraard niet gekant tegen een deel ‘stock picking’ in je portefeuille, maar besef dat dit geen sinecure is en dat er op de beurs veel meer “losers” zullen zijn dan je denkt. Vermijd dus de klassieke beleggersfout van overdreven optimisme.

4. Breng structuur aan in je portefeuille en wees gedisciplineerd

Maak vooropgestelde doelverdelingen voor je portefeuille en doe dit niet per tussenpersoon, maar globaal. Je moet dus niet noodzakelijk hetzelfde risicoprofiel aanhouden per bank of broker waar je klant bent. Je kiest je tussenpersonen immers mede op basis van hun activiteit en sterkte in de beleggingsproducten waarin je actief bent (individuele aandelen, ETF’s, individuele obligaties, soorten fondsen, …). Bij sommige tussenpersonen kan je wel ideeën opdoen op het vlak van portefeuilleverdelingen of allocatie.

In het kader van dit artikel kunnen we niet uitgebreid ingaan op dit uitgebreide thema van allocatie. Maar toch een summiere insteek. De eerste verdeling is uiteraard die tussen de activaklassen aandelen en obligaties (vastrentend en risico). Cash is in de huidige omstandigheden (deels) een substituut voor obligaties en daarenboven kan je sowieso ook best een liquiditeitsbuffer opnemen in je portefeuilleverdeling.

Voor het aandelenrisico zijn vooropgestelde verdelingen per regio en per sector gebruikelijk. En uiteraard stel je maximale concentratielimieten op voor een individueel aandeel, eventueel nog afhankelijk van het soort aandeel.

Voor obligaties zijn de gebruikelijke verdelingen en limieten enerzijds die voor munten en anderzijds die voor soorten emittenten. De twee soorten emittenten zijn in essentie overheden en bedrijven, waarbij vaak nog het onderscheid wordt gemaakt tussen Westerse emittenten en ‘emerging markets’. Maar over dit thema van allocatie later meer.

Je vooropgestelde portefeuilleverdelingen mag je uiteraard af en toe herzien. Maar wees in het kader van je risicobeheer toch gedisciplineerd aangaande de maximale concentraties die je hebt vooropgesteld voor de activaklasse aandelen, de emittenten (aandelen en obligaties), munten, sectoren, regio’s, …

5. Ken je emoties en “ biases”

Er is heel wat literatuur over beleggingsfouten, gelieerd aan menselijke emoties en denkfouten. We sommen er hier een paar relevante op.

Bijziendheid

We baseren ons sterk op informatie uit onze nabije en vertrouwde omgeving. We zoeken ook die informatie op die onze eigen overtuiging bevestigt (confirmation bias). Het gevolg is een gebrek aan perspectief, wat niet steeds bevorderlijk is voor het nemen van weloverwogen beslissingen. Een voorbeeld van die bijziendheid is de zogenaamde ”home bias” in beleggingen: we beleggen vaak te veel in eigen land.

Afkeer van verlies

Beleggers kunnen moeilijk verlies nemen. Ze kijken naar de historische aankoopkoers van hun belegging terwijl die eigenlijk geen enkele relevantie meer heeft voor het toekomstig koersverloop. De beurs heeft immers geen geheugen en kijkt alleen maar naar de toekomst. Deze afkeer van verlies leidt vaak tot het aanhouden van slechte beleggingen of slecht risicobeheer.

Psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat mensen verlies 2,5 keer meer haten dan ze genieten van winst. Hou hier rekening mee. Weet ook dat de financiële sector op deze verliesaversie inspeelt via het aanbod van allerlei producten met kapitaal- of risicobescherming. Deze bescherming heeft evenwel een kostprijs en misschien kan je goedkoper zelf zorgen voor voldoende veiligheidsbuffer in je portefeuille.

Kuddegedrag

Beleggers lopen elkaar vaak achterna om beleggingen te kopen vanwege de ‘fear to miss out’. Maar intussen worden die beleggingen door het kuddegedrag steeds duurder. Hoe duurder, hoe meer risico! Heb dus geen schrik voor spijt en durf te kiezen voor gemoedsrust.

Verkeerde focus

We steken in het leven regelmatig te veel energie in kleine onbelangrijke beslissingen, ten nadele van aandacht voor beslissingen die echt van tel zijn. In beleggingen zijn we aldus vaak te veel bezig met individuele kleine posten terwijl we ondertussen het plaatje van de globale portefeuille uit het oog verliezen.

Interesse in andere tips bij beleggen in fondsen? Lees dan ook de andere bijdrages van Geert Junius! Hieronder enkele links. Er zijn meer artikels die je vindt via de zoekfunctie bovenaan.

Beleggingsfondsen: de 10-punten checklist van Geert Junius – Spaarvarkens.be

Let op de kosten van een Tak 23 beleggingsverzekering – Spaarvarkens.be

Closed-end fonds checklist (alternatief voor bankfondsen) – Spaarvarkens.be

44 rating(s), gemiddelde: 4.8.