Gemengde (profiel)fondsen zijn erg populair in België. Fondsenspecialist Geert Junius van Spaarvarkens.be wijst op de nadelen

Gemengde profielfondsen zijn fondsen met een min of meer vaststaande verhouding tussen aandelen en obligaties. Van gemengde profielfondsen vind je vaak een versie “low” (= defensief), “medium” (= balanced) en “high” (= dynamisch of offensief). De aandelenpercentages in deze 3 profielen zijn courant respectievelijk circa 30%, 50% en 70%. Tegenover dit zogenaamde ‘neutraalgewicht’ is er meestal een zekere marge voor de beheerder om het percentage aandelen wat op te trekken of te verlagen. Profielfondsen zijn overwegend dakfondsen, dus  fondsen die beleggen in andere fondsen. Profielfondsen komen ook regelmatig voor in formules van discretionair (uitbesteed, niet adviserend) beheer.

De profielfondsen kennen een groot succes, zeker sinds het ontstaan van het  “beleggersprofiel” dat voor elke klant vooraf vastlegt hoeveel aandelenrisico hij mag lopen. Voor de tussenpersonen en de fondsbeheerders is er dan uiteraard niets handiger dan een pasklaar product al naargelang het beleggersprofiel. Voor u als belegger lijkt dit in principe ook een prima oplossing, want het fonds is “op uw maat” en u moet zelf niet meer bezig zijn met uw portefeuillesamenstelling.

Ondanks deze voordelen moeten we u toch attent maken op een aantal nadelen van deze gemengde profielfondsen ten opzichte van de gescheiden belegging tussen aandelenfondsen en andere fondsen.

Kosten

U heeft als lezer van deze fondsenrubriek al opgemerkt dat wij veel belang hechten aan de kosten omdat die het potentieel rendement van een fondsenbelegging structureel kunnen hypothekeren. Kosten worden niet meegerekend in de “risicoscore” van een fonds, terwijl ze nochtans direct aanleiding geven tot verlies of minder rendement. Einstein sprak over de kracht van de samengestelde intrest. Welnu: de kracht van de samengestelde jaarlijkse kost mag evenmin onderschat worden. Zelfs al is die jaarlijkse kost ogenschijnlijk laag. Zelfs met een veilig fonds (met een lage risicoscore) kan u onaangename verrassingen meemaken op het vlak van uw reëel kapitaalbehoud.

Dakfondsen

Zoals reeds gesteld zijn de profielfondsen vaak dakfondsen. Dit drijft de jaarlijkse kost op door een extra laag van beheerskosten, ondanks het feit dat voor de onderliggende fondsen vaak goedkopere fondsen worden gekozen. In de praktijk zien we namelijk vele dakfondsen met een TER (de jaarlijkse Total Expense Ratio of de jaarlijkse kosten) van 2% of meer. Dat is hoog, want het gaat jaarlijks van uw kapitaal af, wat het gerealiseerde rendement ook mag zijn.

Voor ons ligt de fiche van een gemengd profielfonds onder de vorm van een dakfonds. De beheerskost van dit dakfonds beloopt 1,1 % bovenop de beheerskosten van de onderliggende fondsen. Vooral voor het obligatiegedeelte wordt die extra laag kosten erg belastend, wetende dat de beheerskosten voor zuivere obligatiefondsen vaak minder dan 1% belopen. Het hoeft geen betoog dat het huidige renteniveau op obligaties geen hoge kostendruk kan verdragen. 

Reynderstax

De zogenaamde “Reynderstaks” is een belasting bij verkoop en wordt in principe geheven op het inkomen uit het obligatiegedeelte van een fonds. De belasting heeft hetzelfde tarief als de roerende voorheffing, namelijk 30%. Van zodra een fonds meer dan 10% belegt in cash of obligaties kan deze taks van toepassing zijn bij verkoop. Bij gemengde profielfondsen zal de Reynderstaks dus steeds spelen Deze belasting kan een beduidende negatieve impact hebben op uw nettorendement, temeer daar de taks vaak nogal forfaitair wordt berekend op een groot deel van de meerwaarde, inclusief die uit aandelen! Zeer zelden immers zal een profielfonds het reële inkomen uit obligaties apart berekenen onder de vorm van “Taxable Income per Share” (TIS). Zonder beschikbare TIS wordt er een forfaitaire berekening gemaakt van de inkomsten uit obligaties, waarbij u op een bepaald deel van de totale meerwaarde wordt belast, los van de oorsprong van de meerwaarde. Dit deel is het zogenaamde “asset percentage” van vastrentende beleggingen (inclusief cash).

Bij een gescheiden belegging in zuivere aandelenfondsen (in principe is hier geen Reynderstaks van toepassing) en obligatiefondsen zal u daarentegen altijd een correcte bepaling van de Reynderstaks ondergaan. Voorbeeld: u heeft 100 euro belegd (50/50 in aandelen/obligaties), die met 20 euro is gegroeid, met inkomen uit obligaties (3 euro) en inkomen uit aandelen (17 euro). In een gemengd fonds is uw belastbare basis bij verkoop vaak 10 euro (20 euro*0.5), terwijl bij de gescheiden belegging uw belastbare basis slechts 3 euro bedraagt.

Conclusie

We vinden het verstandiger om het percentage aandelenfondsen voor uw portefeuille apart te beleggen dan via een gemengd fonds. Naast de aandelenfondsen kiest u dan voor obligatiefondsen of (deels) cash met de huidige extreem lager rente op obligaties en eventueel voor andere soorten activa.

Niets belet u om voor een bepaald deel van uw portefeuille een dynamisch risicoprofiel te hebben, zelfs al is uw risicoappetijt voor uw volledige financiële vermogen veeleer beperkt. U bent trouwens ook niet gebonden aan één bank voor uw beleggingen, mocht het “wringen” met het beleggersprofiel bij die ene bank. Weet ook dat u naast ‘beleggen met advies’ of ‘discretionair’ ook zelf kan beleggen via het zogenaamde “execution only”.

U kan het ook zelf

“Execution only “ bestaat bij heel wat banken en brokers, zie bv. de lijst op www.brokertarieven.be. De toegang tot fondsen op de doe-het-zelf-beleggersplatformen is in principe niet beperkt tot de beursgenoteerde fondsen (ETF en andere), ook klassieke fondsen kan u er kopen. Bij bepaalde brokers is de lijst van toegankelijke klassieke fondsen evenwel afgebakend. Sowieso is de toegang tot een fonds ook afhankelijk van de beschikbaarheid van het informatiedocument “KIID”. En ook in “execution only” zal u een vragenlijst moeten invullen, met name aangaande uw kennis en ervaring, alvorens te kunnen beleggen in fondsen. Fondsen worden immers terecht als complexe producten beschouwd.

Tot slot; wij willen hier zeker niet alle gemengde fondsen over dezelfde kam scheren. Er zijn naast de profielfondsen immers ook nog andere gemengde fondsen: flexibele gemengde fondsen, multi-asset fondsen en andere fondsen zonder benchmark. Daar zijn fondsen bij die wel interessant kunnen zijn, gezien de specifieke aanpak van beheer. Daarover later meer. Want ook hier is eerst huiswerk aan de orde.

Geert Junius

Interesse in andere tips bij beleggen in fondsen? Lees dan ook de andere bijdrages van Geert Junius!

Beleggingsfondsen: de 10-punten checklist van Geert Junius – Spaarvarkens.be

Let op de kosten van een Tak 23 beleggingsverzekering – Spaarvarkens.be

Closed-end fonds checklist (alternatief voor bankfondsen) – Spaarvarkens.be