Wisdom of the crowd? Niet bij crowdlending

Een belegger dient selectief te werk te gaan. Dat houdt in dat hij weet waarin te beleggen, maar ook wat niet te kopen. Dat laatste is minstens even belangrijk als het eerste. Je portefeuille besparen van een aantal desastreuze beleggingen zal je uiteindelijke rendement immers ten goede komen. Beleggers die goed bezig zijn zal je dan ook vaak ‘neen’ horen zeggen. Zo hoort het. Als je ‘neens’ veel talrijker zijn dan je ‘ja’s’, dan ben je wellicht op de goede weg.

Wat weigeren we zoal te kopen? In de eerste plaats zijn dat producten die moeiteloos een schoonheidswedstrijd ‘Beleggingsproduct van het jaar’ zouden winnen. Om ze aantrekkelijk te maken voor het grote publiek komen ze in het uitstalraam nadat hun gevaarlijke kantjes werden weggemoffeld onder een dikke laag financiële cosmetica. Vergis u niet. Ze zien er appetijtelijk uit. Maar het blijven lelijke eendjes die helaas nooit zullen uitgroeien tot een mooie zwaan.

Een voorbeeld? Crowdlending. Onlangs kreeg ik nog reclame te zien voor een lening aan een goed draaiende onderneming met ‘veel ervaring en een zeer goede reputatie’. De firma zou ook een ‘grote naambekendheid’ genieten, al gaf men toe dat men onlangs nog van naam veranderde. De onderneming blijkt een garage, gespecialiseerd in het onderhoud en de herstelling van vrachtwagens en betaalt de belegger graag een rente van maar liefst 7,25 procent per jaar. Klinkt aantrekkelijk, niet? Jawel. Maar het risico dat een belegger loopt is niet miniem. Vandaar ook de relatief hoge rente. Die vergoeding lijkt trouwens veel hoger dan ze is. Door de hoge roerende voorheffing blijft er van 7,25% bruto in België na belasting amper 5,08% netto over. Nog altijd veel, jawel, op voorwaarde dat u die rente ook ieder jaar zal ontvangen en dat u na 5 jaar, op de eindvervaldag, ook uw geld terugkrijgt. Gaat het fout met de onderneming? Dan verliest u allicht een groot deel van uw investering.

Feitelijk achtergesteld

Onervaren beleggers gaan bij de beoordeling van schuldinstrumenten helaas te vaak uit van veronderstellingen die te optimistisch en te simpel zijn. We illustreren dat met twee voorbeelden:

1. Aandelen zijn te riskant. Obligaties en crowdlending zijn helemaal niet riskant.

Dat klopt niet. Geef je krediet aan een onderneming, dan loop je ook risico. Komt het bedrijf in de problemen, dan verlies je wellicht ook veel geld.

2. Gaat het mis, dan verlies je met crowdlending veel minder dan met aandelen.

Dat is goed mogelijk, maar dat hoeft niet zo te zijn. De waarde van een aandeel van een bedrijf dat bankroet gaat, zal allicht dalen tot nul euro. Als schuldeiser sta je voor de aandeelhouder in de rij en maak je in principe kans om een groter deel van je investering te recupereren. Maar staat voor jou de bankier, dan is de kans heel groot dat de bank wel een deel van haar lening zal recupereren en jij niet. Want zelfs al is de schuld waarin je hebt belegd juridisch niet ‘achtergesteld’ en sta je dus in theorie op gelijke hoogte met de bank, in praktijk valt dat vaak tegen. Een bank zal immers zelden krediet geven zonder waarborgen. De belegger die krediet gaf via crowdlending heeft dergelijke waarborgen meestal niet en kan achterblijven met (bijna) lege handen.

Geen markt

Een ander heikel punt dat beleggers nogal gauw over het hoofd zien is het gebrek aan verhandelbaarheid van het schuldinstrument waarin ze beleggen. Wanneer er in ons land een een bedrijfsobligatie op de markt komt, dan is dat al eens voor een bedrag van, bijvoorbeeld, 100 miljoen euro. Dat lijkt veel, maar is te weinig om een markt te maken in de obligatie. Wie dus later zijn belegging wenst te verkopen, zal daardoor vaak geen goede prijs krijgen. In het voorbeeld van de crowdlending die we vermeldden gaat het amper om 150.000 euro. Dat is erg weinig en dus is de kans nog kleiner dat je later aan een correcte prijs weer kan uitstappen.

Schuldenzeepbel

Door de extreem lage rente kan een belegger vandaag geen kasbons of overheidsobligaties kopen aan correcte voorwaarden. Het gevolg? Hij gaat op zoek naar een hoger rendement en vindt dat bij crowdlending. Maar het risico is navenant. Bovendien moet je je afvragen of je op dit moment je geld moet investeren in bedrijfsschulden. Op zes jaar tijd is de schuld van bedrijven wereldwijd met 8.300 miljard dollar gestegen. Als gevolg van de coronacrisis zal daar dit jaar wellicht nog eens 1.000 miljard dollar bijkomen. Maar door diezelfde crisis en de recessie die erop volgt zal lang niet al die schuld terugbetaald kunnen worden.

We halen er de krant even bij. KBC en ING, de twee banken die Le Pain Quotidien krediet gaven, hebben hun 80 miljoen euro aan kredieten aan deze keten pas verkocht voor 5 miljoen euro. FNG, de probleemholding boven Brantano, Fred + Ginger en Miss Etam, torst een schuldenberg van 734 miljoen euro. Als de banken het al moeilijk hebben om hun probleemkredieten te recupereren, dan ziet het er voor de belegger die even bankier wilde spelen nog slechter uit.

Le Pain Quotidien en FNG zijn lang niet de enige met schuld beladen bedrijven die zullen kapseizen. Het ergste moet nog komen. U kan dus maar beter voorzichtig zijn en tweemaal nadenken voor u in bedrijfsobligaties en crowdlending stapt.

Samenvatting

  • Pas op met beleggingen die aantrekkelijk lijken, maar het in realiteit vaak niet zijn.
  • Bedrijfsobligaties en crowdfunding zijn meestal illiquide (moeilijk verhandelbaar).
  • Bij een faillissement verliezen niet alleen aandeelhouders maar ook schuldeisers.
  • De coronacrisis heeft nog niet geleid tot een golf aan faillissementen. Die komt nog.

Reacties