Spaarvarken België politiek

Als econoom en voormalig bankier heb ik een zwakte, beste lezer. Alles wat ik opmerk en doe, bekijk ik door een financiële bril. Het lijkt wel een beroepsziekte. Voor beleggers is die continue analyse een belangrijke eigenschap. Beleggen is immers investeren in bedrijven waarover je graag alles te weten komt. Denk aan het verdienmodel, welke verplichte (vaste) kosten men moet betalen en of het bedrijf wel financieel gezond is en blijft.

Bij Spaarvarkens.be hebben we als doel onze lezers financieel op te leiden. Bij de analyses die we maken over bedrijven komen vele aspecten kijken. Om jullie op een speelse manier vertrouwd te maken met het denkproces, heb ik een uitgebreide analyse gemaakt van de financiële gezondheid van de Belgische politieke partijen. Laat deze analyse u op weg helpen naar de juiste instincten om uw eigen basisanalyses te doen. U zal merken dat alles te analyseren is volgens gelijksoortige stappen.

U kan zelf uw onderzoek doen

De eerste stap in een boekhoudkundige analyse is het zoeken naar de juiste data. Bij beursgenoteerde bedrijven vindt u deze vaak in het jaarverslag op de investeerderspagina van hun website. Bij politieke partijen is dit niet zo eenvoudig. In die zin is het wel interessant dat we in een land leven waarin de financiële structuren van onze partijen volledig bekend zijn. Zo werden afgelopen week in de Kamer van volksvertegenwoordigers verschillende documenten gepubliceerd waaruit de financiële gezondheid blijkt van de Belgische partijen. Aangezien veel mensen niet weten waar ze deze informatie kunnen vinden en analyseren, heb ik hieronder voor jullie alle boekhoudgegevens verzameld zodat u zelf een diepgaander onderzoek kunt doen:

Belgische partijen leven van overheidsdotaties

Om te bepalen welke partijen financieel gezond zijn, moet u rekening houden met verschillende factoren. Zo hebben alle partijen jaarlijks een continue stroom aan overheidsdotaties die ervoor zorgt dat hun interne werking blijft functioneren. Deze stromen zijn grotendeels afhankelijk van de resultaten bij de vorige verkiezingen. Kort samengevat: hoe beter het resultaat, hoe groter de financieringsstroom. De analist dient rekening te houden met dit specifieke gegeven. Partijen met de meeste kiezers, zoals de PS en de NV-A, krijgen om die reden al jaren een grotere deel van de koek dan, bijvoorbeeld, kleinere partijen zoals Groen, die minder kiezers kunnen overtuigen.

We focussen ons voor deze analyse even op de N-VA ,omdat de financieringsstructuur er diverser is dan bij andere partijen.

Vergeet niet de inkomsten uit ledenbijdragen, mandatarissen en vastgoed

Belgische partijen kunnen hun opgespaard geld gebruiken zoals ze willen. Op die manier kunnen investeringen leiden tot een hoger inkomen. Zo ontving de N-VA in 2019 12,5 miljoen euro aan Belgische overheidsbijdragen. De partij wist de afgelopen jaren overschotten te boeken en investeerde die in onroerend goed. Dit vastgoed had bij de N-VA in 2019 al een waarde van 16,2 miljoen euro en bracht dat jaar tevens 750.000 euro op aan onroerende inkomsten. Die extra inkomstenbron maakt de kloof met kleinere partijen zoals Groen, dat in 2019 4,3 miljoen euro ontving aan Belgische overheidsbijdragen, extra groot. Sparen en investeren is inderdaad een manier om meer zelfvoorzienend te zijn en eventueel minder afhankelijk te worden van (overheids)steun.

Deze stromen worden dan vaak nog aangevuld met de inkomsten van leden (bij de N-VA was dit 367.000 euro in 2019) en deels via een bijdrage van parlementsleden (640.000 euro bij de N-VA in 2019). Verhoudingsgewijs zien we ook bij de andere partijen dat overheidsdotaties de hoofdmoot van de inkomsten uitmaken (buiten de PVDA-PTB, waarover later meer).

Bekijken we alle inkomsten, dan kunnen we besluiten dat het voornamelijk de overheidsdotaties zijn die men in het oog moet houden wanneer men de financiële slagkracht van een partij wil bepalen. Daarbij is het belangrijk dat deze afhankelijk zijn van de populariteit van de partij. Als een partij een bedrijf zou zijn, dan zou het populariteitscriterium en de potentiële groei een grote factor zijn om te bepalen of je erin zou investeren. Beleggers (en de partijbonzen) weten dat niet alleen het resultaat van de laatste verkiezing belangrijk is, maar ook de verwachtingen voor een volgende verkiezing. Een (financieel) analist houdt daar rekening mee.

Waar moet je nog naar kijken?

Wanneer we de boekhouding van onze Belgische partijen analyseren, kijken we naar de jaarlijkse inkomsten en uitgaven en of de partij erin slaagt om rond te komen. Is er een spaarpot en/of zijn er schulden aangegaan? In de documenten hierboven zal u al snel een boekhoudkundig doolhof vinden van pagina’s (1992 om precies te zijn) waarbij binnen de partij iedere afdeling apart zijn boekhouding maakt. Op het einde vindt u echter altijd een interessant overzicht waar de boekhouding van iedere partij als geheel zichtbaar is. Mijn tip? Leer door het doolhof heen kijken en focus in het begin zeker alleen op deze samenvattingen.

Hier ben ik altijd geïnteresseerd in twee zaken: of de partij de afgelopen jaren structureel winstgevend of verlieslatend was (de resultatenrekening), maar ook de reserves die een partij al dan niet heeft. Dat laatste lees je in de balans, waar je de financiële kracht van een partij kunt vinden. Meer informatie hierover kan je hier vinden.

Eigen vermogen onder de loep

De overheidsdotaties zijn u nu bekend. Laat ons dan de spaarpot bekijken. In boekhoudkundige termen noemt men die reserve het ‘eigen vermogen’.

Op pagina 207 van de documenten van N-VA zien we onderaan dat de partij momenteel een eigen vermogen heeft opgebouwd van 29,9 miljoen euro. Dat eigen vermogen krijg je nadat je alle schulden aftrekt van al je bezittingen. Wat overblijft, is eigenlijk een inschatting van de reserve of het vermogen dat de partij heeft opgebouwd. Hoe hoger dit bedrag, hoe gezonder de partij en hoe meer financiële slagkracht men heeft.

Nu komen we bij het punt waarop we kunnen gaan berekenen of het wel voordelig is voor de politieke partijen om verkiezingen uit te lokken. Dat je die liever niet wil als je meent dat je minder stemmen zal halen is evident. Maar je wil ook liefst geen verkiezingen als je weinig geld (een klein eigen vermogen) hebt.

Verkiezingen kosten immers geld omdat je je spaarpot dient aan te spreken en omdat minder stemmen zouden leiden tot een kleinere instroom van overheidsdotaties. Dit alles heeft een impact op de werking van de partij en het aantal medewerkers dat die kan tewerkstellen. Bij een klein eigen vermogen zet je tevens de toekomst van je partij op het spel aangezien je partij dan financieel een lege doos dreigt te worden. Of is een partij enkel bezig met het maatschappelijk belang wanneer ze te kennen geeft wel of geen verkiezingen te willen?

Hoe vol zitten de spaarpotjes?

Het is altijd belangrijk te kijken naar de spaarpotjes die de partijen hebben opgebouwd voor eventuele verkiezingen. Extra verkiezingen zijn voor partijen vaak niet interessant omdat het gaat om een extra kost die oploopt in de miljoenen euro’s. Heb je echter een grote reserve in vergelijking met andere partijen, dan kan het net wel interessant zijn om verkiezingen uit te lokken. Zeker als je met andere partijen zit die hun spaarpot hebben zien krimpen waardoor ze minder slagkracht hebben. Verkiezingen kunnen de financieel zwakke partijen nog meer verzwakken.

In Vlaanderen zien we echter dat een groot deel van de partijen een grote spaarpot heeft opgebouwd. Zo hebben de CD&V, SP.A en N-VA elk een eigen vermogen boven de 9 miljoen euro terwijl vooral Groen (3,6 miljoen), Vlaams Belang (4,2 miljoen euro) en Open VLD (5,6 miljoen euro) met de laagste reserves zitten van alle Vlaamse partijen. Vooral voor Groen en Open VLD zijn nieuwe verkiezingen hierdoor riskanter omdat men extra uitgaven moet doen en men de spaarpot grotendeels zou zien verdampen. Ook zal een slechter resultaat in de jaren nadien zorgen voor dalende overheidsdotaties.  Voor Vlaams Belang is de situatie dan weer anders omdat men sinds de politieke overwinning van 2019 de jaarlijkse overheidsdotatie zag stijgen met 5,5 miljoen euro tot 7,8 miljoen euro. Rekening houdend met de peilingen en het momentum voor de partij, zal een zwakke kas geen reden zijn om verkiezingen uit de weg te gaan.

Hoe zit het in Wallonië?

Aan Franstalige kant hebben vooral de MR en PS dan weer een eigen vermogen opgebouwd van meer dan 8 miljoen euro. Dit terwijl Ecolo (3,8 miljoen euro), cdH (1,8 miljoen euro) en DéFI (negatief eigen vermogen) dan weer krapper bij kas zitten. De PVDA/PTB zit op 6,3 miljoen euro, maar moet campagnes voeren in beide landsdelen.

De PVDA/PTB kunnen we op financieel vlak een speciaal geval noemen met een sterke en unieke financieringsstructuur. De partij haalt jaarlijks slechts 2,1 miljoen euro aan overheidsbijdragen op. Maar doordat onder meer de gemeenteraadsleden en parlementsdelen een groot deel van hun wedde moeten afstaan, halen ze hieruit maar liefst 2,8 miljoen euro, meer dan uit de eigen overheidsbijdragen! En dan hebben we het nog niet over de enorme stroom van lidgelden van 1,7 miljoen euro die de partij int omdat men werkt met variabele lidgelden. Hoe hoger je inkomen, hoe meer je kan storten, waardoor de partij een van de sterkste financiële structuren heeft van alle partijen.

Kunnen politieke partijen financieel nieuwe verkiezingen aan?

Wanneer we als conclusie kijken naar de verschillende partijen, zitten vooral DéFI en cdH krap bij kas. De partijen Groen, Open VLD en Ecolo kunnen dan wel nieuwe verkiezingen aan, maar zitten bij de partijen met de kleinste reserves . Kijken we naar de zetelverdeling op federaal niveau, dan geeft dit weer dat 110 van de 150 zetels komen van partijen die financieel nieuwe verkiezingen aankunnen zonder al te veel problemen. In deze 110 hebben we de partijen met het laagste eigen vermogen zoals Groen (8 zetels), Open VLD (12) en Ecolo (13) niet opgenomen.

Kunnen onze partijen nieuwe verkiezingen aan? Financieel mag dit in België in ieder geval geen probleem geven. Al is het natuurlijk de vraag of de partijen opnieuw miljoenen euro’s willen spenderen aan verkiezingen waarbij de gevestigde partijen zichzelf wel eens aan de verliezende zijde zouden kunnen vinden.

Al is dit niet echt het punt van deze casus. Wat hebben we dan wel willen aantonen? Dat u eenzelfde analyse kan doen, met een studie van de inkomsten, de reserves, de schulden etc., ongeacht of u een beursgenoteerd bedrijf analyseert of een politieke partij. Heeft u dit eenmaal door, dan bent u weer een stapje dichterbij om binnenkort – samen met ons – zelf uw eigen analyses te doen. En u wordt ook weer wat wijzer, dankzij het inzicht in de manier waarop de partijen zich financieren in dit land en waar u deze informatie kan vinden.

Stefan Willems, financieel journalist