Niets is zeker

Er zijn een aantal woorden en uitdrukkingen die ik systematisch en principieel vermijd. ‘Risicoloos’ is er daar een van. Ieder academiejaar vraag ik mijn studenten dan ook om dat woord, als ze het al zouden gebruiken op het schriftelijk examen, tussen aanhalingstekens te zetten. Laat je het woord voorafgaan door ‘zogezegd’ of ‘zogenaamd’, dan mag je die aanhalingstekens weglaten.

‘Risicoloos’ bestaat namelijk niet. Niet in de financiële wereld, niet daarbuiten. Wie al zijn geld op een spaarrekening laat staan loopt risico, zeker nu de inflatie oploopt. In zowat de hele financiële wereld gelden Amerikaanse staatsleningen als ‘risicoloos’. Sommigen durven die zelfs ‘de meest risicoloze belegging’ te noemen. Door gradaties te gebruiken in ‘risicoloosheid’ geeft men eigenlijk al onbewust toe dat ‘risicoloos’ een relatief begrip is, wat de waarde ervan serieus uitholt. Amerikaanse staatsobligaties zijn zogezegd risicoloos omdat de Amerikaanse overheid altijd geld kan bijdrukken om de terugbetaling ervan te garanderen. Dat klopt. Maar de waarde van de dollar kan niet gegarandeerd worden. En dus kan eigenlijk niks gegarandeerd worden.

À propos: er zijn nog steeds mensen die denken dat de waarde van ons geld gedekt wordt door een stevige voorraad goud in de kluizen van onze centrale banken. Aan die mensen zeg ik dat dat al vijftig jaar niet meer het geval is. Over enkele maanden, in augustus, is het namelijk vijftig jaar geleden dat de goudstandaard werd opgeheven.

De relatieve waarde van ‘garantie’

Niets is zeker. Zet dus ook maar ‘garantie’ tussen aanhalingstekens. Een consument krijgt de verplichte ‘garantie’ op goederen die hij aankoopt, maar zelfs die blijkt enkel meestal en niet altijd te gelden. Pas dus op met dat woord. Is het u trouwens al opgevallen dat het woord ‘garantie’ zelden nog gebruikt wordt bij een gestructureerd product, het zogenaamde ‘fonds met kapitaalgarantie’? Tegenwoordig heeft men het over ‘fonds met kapitaalbescherming’. Een detail? Een wereld van verschil. Trouwens, zelfs als men het ‘fonds met kapitaalgarantie’ zou noemen, dan nog is die garantie erg relatief. Vraag dat maar aan wie destijds een fonds met ‘kapitaalgarantie’ kocht van Lehman Brothers. De garantie is maar zo sterk als degene die die belooft. Ik heb vaak, ook in de Londense City, bankiers horen beweren ‘I guarantee you that …’, gevolgd door een bewering die ze absoluut niet konden garanderen.

Levenslange garantie. Nog zoiets. Wat denkt u dat dat is? Garantie zolang u leeft? Mis! Garantie zolang de verkoper ervan meegaat. Maar die verkoper gaat er wel van uit dat u vermoedt dat het om de garantie gaat zolang u meegaat. Dat is fout. Soms slaat de garantie zelfs op het leven van het artikel zelf. Dan krijgt u levenslange garantie op een apparaat, zo lang dus tot dat apparaat de geest geeft. Grappig, tenzij u echt van mening was dat die garantie uw hele leven zou gelden.

‘Risicoloos’ en ‘garantie’ zijn dus woorden die u maar beter niet te vaak gebruikt. En al zeker niet als belegger. We hebben aanhalingstekens, dus gebruiken we ze ook maar beter. Af en toe, niet te veel, want dan vallen ze niet meer op. De prijs voor de beste aanhalingstekens van het jaar reserveren we voorlopig trouwens voor David Vagman. Die analist van ING had het over de ‘onafhankelijk expert’ Bank Degroof Petercam die gevraagd werd om tegen forse betaling een waarde te bepalen voor Orange Belgium. Die aanhalingstekens waren even cynisch als correct.

Eurovisie Songfestival

Niets is zeker. Twijfel dus altijd minstens een beetje, zeker ook over je eigen oordeel. Ter illustratie: het Eurovisie Songfestival. Keek u naar de editie van 2021? Mijn tv stond aan, maar ik luisterde maar half, terwijl ik met andere dingen bezig was. Het programma kreeg wel mijn aandacht toen Finland aan de beurt was. Dat land stuurde ‘Blind Channel’ naar Rotterdam, een heavy metal band. Niet meteen mijn genre, als ik al een genre zou hebben. Maar ik keek er dus wel van op. En ook al was Frankrijk dit jaar topfavoriet, ik was ervan overtuigd dat Finland zou winnen.

‘Of Italië’, antwoordde mijn zus in WhatsApp, ‘want dat is hetzelfde genre en die hebben ook heel wat fans.’ Niks van. Finland. Maar de Finnen kregen nauwelijks stemmen van de vakjury. Bij het grote publiek waren ze wel populair, zodat ze tussentijds zelfs even op nr 1 kwamen te staan. Maar uiteindelijk won Italië, zoals mijn zus al suggereerde. En niet Finland. En ook niet topfavoriet Frankrijk. Al goed dat ik er geen euro om verwed heb. Maar wees er maar zeker van dat er massaal veel geld verwed is aan het songfestival. Zoveel mensen die heilig overtuigd zijn van hun mening. Ten onrechte.

Een goed belegger is nooit 100% zeker

Wees nooit zeker van je eigen mening. Niet bij het Eurovisie Songfestival, niet bij gelijk wat anders en zeker niet als belegger. Misschien heb je wel gelijk, maar daarom krijg je nog geen gelijk. Als belegger heb je het voordeel dat je kan kiezen zonder al te veel te verliezen. Wie belegt in individuele aandelen verkleint zijn risico door te spreiden. Brengt je topfavoriet niet op wat je ervan had gehoopt? Geen probleem, want je hebt nog tal van andere aandelen waarvan er wellicht enkele veel meer opbrengen dan je dacht. Knap, toch?

Wie belegt in trackers hoeft zelf(s) helemaal geen winnaar te kiezen. Die koopt gewoon het hele songfestival, waardoor hij gegarandeerd ook de winnaar in huis heeft. Is het dan minder spannend? Voor velen die nu niet beleggen zou dat ‘minder spannende’ net een reden kunnen zijn om wel te beleggen. De keuze is reuze. Je kan zelfs een deel in ‘saaie’ trackers en gediversifieerde holdings beleggen en een deel in aandelen van individuele bedrijven. Er is voor elk wat wils. Dat maakt beleggen nu eenmaal zo fantastisch. Onbegrijpelijk, toch, dat velen er nooit mee willen beginnen?