Pascal Paepen heeft een naam opgebouwd die klinkt als een klok in de financiële wereld. De Kempenaar begon zijn carrière als trader bij KBC, toen nog KB (Kredietbank). Na 7 jaar gewerkt te hebben als trader in de marktenzaal in Brussel ruilde hij de Belgische hoofdstad in voor de Londense City, waar hij 12 jaar zou werken als zakenbankier. Hier begon hij naam te maken als kredietanalist, waarbij hij later in het hart van de bank fondsderivaten begon samen te stellen en zich specialiseerde in complexe obligaties. Hij was vaak betrokken bij kapitaaloperaties van honderden miljoenen euro’s.

Vandaag is Paepen vooral bekend als professor Bank & Beurs aan de KU Leuven en de Thomas More Hogeschool en als mede-oprichter van Spaarvarkens.be. Beursmagazine boekte een afspraak met de professor om achter zijn visie op de financiële markten te komen.

U bent in de financiële wereld onder meer bekend geworden doordat u in Londen bezig was met complexe obligaties, zoals convertibles. Wat zijn dit?

Paepen: “Converteerbare obligaties of convertibles zijn obligaties die men onder bepaalde voorwaarden kan omzetten naar een op voorhand vastgesteld aantal aandelen. Indien bijvoorbeeld het aandeel van een onderneming sterk stijgt, kan de koper ervoor kiezen om deze obligatie om te zetten naar aandelen tegen een op voorhand vastgestelde prijs. Het voordeel voor de koper is dat men een op voorhand vastgestelde rente krijgt, maar daarbovenop extra opwaarts potentieel heeft als de koers van het aandeel stijgt boven een op voorhand vastgesteld niveau. Voor deze producten zochten we dan kopers. Het was big business, want een team van 150 man was hiermee constant bezig. Voor bedrijven was en is het immers een interessante manier om geld op te halen en deze producten te plaatsen bij gespecialiseerde fondsen. Die fondsen waren vaak hefboomfondsen”.

U besliste echter om terug naar België te keren.

“Ik heb bovenstaande 10 jaar gedaan voor een dochteronderneming van KBC, maar nadat KBC moest afbouwen naar aanleiding van de overheidssteun die men kreeg in 2008 en 2009, werd ons team verkocht aan de Japanse broker Daiwa. Op dat moment heb ik mentaal afscheid genomen en besloten dat ik over 2 jaar terug naar België zou komen om een sabbatjaar te nemen. Het oorspronkelijke doel was om maar 2 jaar in Londen te werken. Het werden er uiteindelijk 12. Het was moeilijk afscheid te nemen. En ieder jaar werd het moeilijker. Maar ik ben blij dat ik de stap gezet heb. Enfin, soms twijfel ik daar wel eens aan (lacht)”.

Van die sabbat kwam weinig in huis. U ging meteen les geven.

“Dat klopt (glimlacht). In juni 2012 had ik in een kranteninterview gezegd dat ik ontslag nam en naar België zou komen en dat ik les wou geven. Nadat het in de krant kwam heeft de KU Leuven me als eerste gecontacteerd en daarna de Thomas More Hogeschool, telkens met de vraag of ik het vak Bank & Beurs bij hen zou willen doceren. Na een carrière van 19 jaar in het hart van de bank ken je de stiel door en door en als gewezen zakenbankier is het zeer plezant om die kennis te delen met jonge mensen. Het was ook het ideale excuus om terug te komen naar de Kempen. Londen is nooit echt mijn thuis geweest, net als Brussel, waar ik ook zeven jaar woonde. We staan er weinig bij stil, maar de luxe en de ruimte die je hier hebt in België is groter dan elders.  Londen is veel duurder en compacter en verrassend genoeg heb je er minder luxe. In de Kempen voel ik me wel thuis.”.

Wat zijn de grootste lessen die je als bankier in Londen hebt geleerd?

“Je leert markten op een andere manier kennen en je hebt ook volledig inzicht in de keuken. Wanneer je een belegger bent, sta je aan een kant en de bankier aan de andere kant. De meeste beleggers kopen financiële producten, maar een bankier is een verkoper natuurlijk. Hij steekt de producten in elkaar.

Veel mensen weten echter niet hoe de financiële markten werken en hoe prijzen op de markt tot stand komen. Hoe vraag en aanbod werken en hoe kleine nuances hierop impact hebben, zie je pas echt als je in het hart zit. Ik heb de financiële crisis meegemaakt vanuit mijn job in Londen en in tegenstelling tot wat sommigen beweren, wisten we op voorhand al dat het fout ging lopen met CDO’s (producten die aan de basis lagen van de crisis van 2008) en verschillende fondsderivaten. Je staat als bankier immers in de keuken waarbij je zelf de maaltijd samenstelt. Dit zijn vaak complexe gerechten, maar als je in de keuken staat heb je ook zicht op wat er allemaal achterliggend aan het gebeuren is en dan begrijp je de financiële crisis en de verschillende componenten/ingrediënten ervan ook beter.

De banken wisten dat ze rommelproducten verkopen?

“Het is een misvatting dat de bank per definitie foute producten verkoopt. Dat klopt niet. De bank brengt vooral de producten naar de markt die de klant wil. Het draait om vraag en aanbod. Het is de bank die zich aanpast aan de klant en niet andersom. U vraagt? Wij draaien, al schudden we daarbij wel eens met ons hoofd. Wij verkochten ook aan gespecialiseerde fondsen waarvan de beheerders de risico’s snapten, maar soms loopt het mis waarna je paniek krijgt in de markt en de markt ophoudt met bestaan. En dat de markt dan stopt, zorgt dan weer op zijn beurt voor nog meer paniek. In alle hypes zit een gelijkaardige cyclus van boom en busts waarbij het perfect te voorspellen valt wanneer er te veel euforie is. Er zijn nu bepaalde segmenten op de financiële markt waar ik mijn hart voor vasthoudt”.

Waar gaat het nu mislopen volgens u?

“Op verschillende vlakken. Zoals je in het verleden vraag had naar die CDO’s, zie je nu geld stromen naar zogenaamde SPAC’s. Dit zijn blanco-chequebedrijven waar beleggers geld aan de SPAC geven met als doel om een bedrijf over te nemen zonder dat de belegger weet wat men precies zal kopen. Dit is een teken dat het sentiment momenteel zeer positief is. Op tv heb je het programma ‘Blind Gekocht’ waarbij iemand een budget van 300.000 euro heeft, dat geeft aan een ander,  die daarmee dan een huis moet kopen tegen bepaalde voorwaarden. Die SPAC’s zijn eigenlijk net hetzelfde. Er zit niets in, men heeft nog niets bewezen en toch krijgt men een blanco cheque waar men maar iets mee moet kopen. Eigenlijk gok je dat het management hopelijk iets moois zal kopen en geen kat in een zak terugbrengt”.

Zijn er zo nog voorbeelden?

“Zeker, kijk maar naar de verschillende IPO’s (bedrijven die pas naar de beurs komen) van bedrijven die nog steeds grote verliezen maken en waar men een product heeft in de sector van groene energie, batterijtechnologie of bijvoorbeeld vleesvervangers, wat de hypes zijn van dit moment. Deze bedrijven zijn vaak zeer verlieslatend en worden verkocht voor een grote multiple op de omzet. Op die manier koopt men als belegger heel dure dingen waarbij men hoopt dat het goed zal gaan. Met de tijd zal blijken dat dit optimisme overdreven was en dat men te positief was over de vooruitzichten van het bedrijf.

Bij crypto zie je dit fenomeen trouwens ook. Steeds grotere bedragen worden ingezet waarbij een meerderheid van de beleggers vooral blind aan het gokken slaat en casinotoestanden nastreeft. Denk aan het spelen van spelletjes hoger-lager waarbij men handelt op zeer korte termijn in munten die eigenlijk intrinsiek vaak waardeloos zijn. Maar blijkbaar kan de mens dat gokken niet afleren. De mens heeft het nodig om te spelen en is een emotioneel wezen. Echter moet je als belegger begrijpen dat alles cyclisch is. We gaan dan ook vaak van overdreven pessimisme naar overdreven optimisme doorheen de geschiedenis. Bij optimisme kan alles en in pessimistische tijden gaat men ervan uit dat alles failliet gaat en overdrijft men in de andere richting. Dan heb je  grote opportuniteiten als investeerder”.

Waar moeten beleggers op letten wanneer ze beleggen?

“Vergelijk altijd het rendement met het risico van een belegging. Vaak heb je beleggingen die zeer interessant zijn in een materie die niet interessant lijkt. Bedrijven die saai zijn en die mensen niet aanspreken, maar wel stabiele omzetten boeken en toch een deftig rendement behalen. Of bedrijven die jaar na jaar sterker worden en zich al bewezen hebben.

Een misverstand is trouwens dat bedrijven geen schulden mogen hebben. Schulden zijn eigenlijk zelfs positief als ze maar niet overdreven zijn en in de juiste verhouding aanwezig zijn bij een bedrijf. Vanuit het standpunt van de belegger is dat interessant. Als belegger moet je nagaan of er een groot kredietrisico is of een risico op solvabiliteitsproblemen. Ik weet dat het een zeer klassieke manier is om te beleggen in dingen die in zekere zin saai en voorspelbaar zijn, maar het werkt wel nog, na al die jaren, zeker wanneer je koopt tegen de juiste prijs. Het is vaak een kwestie van juist timen en de dingen kopen die andere mensen niet willen hebben terwijl het fundamenteel goed gaat met een bedrijf”.

Je moet deze bedrijven dan wel kunnen vinden?

“Het interessante en boeiende aan een crisis is dat die vaak alles en iedereen naar beneden trekt. Je hebt dan wel traditionele vluchthavens bij kleine correcties, maar bij algemene paniek zie je doorheen de geschiedenis dat zelfs goud of andere veilige havens ook zakken wanneer er echt sprake is van grote paniek. Die paniek zien we veel vaker dan mensen denken. Een belegger die rationeel handelt kan daar handig op inspelen. Recentelijk hebben we dit gezien in februari-maart vorig jaar omdat we toen nog niet wisten wat op ons ging afkomen. Dit is begrijpelijk, want deze COVID-19 crisis hadden we nog niet meegemaakt. Maar als de beursindexen dalen met 10% op een dag en de dag erna weer stijgen met 10%, dan weet je dat die angst vooral gebaseerd is op emotie. Vaak kan je dan heel goede zaken doen.

Kunt u een voorbeeld geven van zo’n saai bedrijf?

“Momenteel is dat het Belgische Tessenderlo, bijvoorbeeld. Een prachtig bedrijf dat actief is in zeer diverse sectoren waaronder meststoffen. Sexy klinkt het uiteraard niet meteen, maar het is wel een interessante sector.  Zo zal er steeds meer nood zijn aan voeding doordat er meer en meer mensen bijkomen op deze planeet. Een goed oogstrendement voor land- en tuinbouw is daarom belangrijk en dat rendement kan verhoogd worden met meststoffen.

De Amerikaanse dochter van Tessenderlo, Kerley, gebruikt trouwens afval uit de chemie-industrie om er kunstmest mee te maken. Een simpele business, maar wel levensbelangrijk en die altijd relevant zal blijven, net als de voedingssector. Als chemisch bedrijf is men trouwens ook bezig met producten in de voedingssector, zoals gelatine. Deze gelatine kan ook gebruikt worden in de medische sector als omhulsel van medicijnen. Ook maakt Tessenderlo producten die dienen om vervuild water drinkbaar te maken.

En vergeet zeker niet de elektriciteitstak van Tessenderlo. Door elektriciteitswinning via hun gascentrale maken ze per week alleen al met deze tak 1 miljoen euro winst. De komende jaren zullen we in België alle elektriciteit kunnen gebruiken. Tessenderlo wil dan ook zijn capaciteit verdrievoudigen met een nieuwe centrale. Deze gascentrale zal uiteraard voor een deel gesubsidieerd worden. Maar omdat het niet voor iedereen eenvoudig is om een vergunning hiervoor te krijgen, maakt Tessenderlo meer kans om zo’n gascentrale bij te bouwen, naast de centrale die ze nu al hebben. Als ze hun offerte competitief opstellen, heb je meteen een zeer gediversifieerde groep die in allerlei activiteiten bezig is met geld te verdienen”.

Tessenderlo doet er wel alles aan om niet teveel in de schijnwerpers te lopen.

“Het jammere is dat er geen reclame voor dat bedrijf gemaakt wordt en dat CEO Luc Tack dit ook zo wil. Dit wordt dan ook bewust gedaan omdat de topman goedkoop aandelen wil inkopen op de beurs waarbij hij geregeld voor miljoenen euro’s bijkoopt. Alle winsten worden ondertussen in het bedrijf geherinvesteerd waardoor er geen dividend is, maar dat brengt op termijn meer en meer op. In de toekomst zal Luc Tack Tessenderlo zonder twijfel samenvoegen met de weefmachinemaker Picanol, die al grotendeels in zijn handen is en dan heb je een groep van 3 miljard euro. Dat kan een zeer mooie industriële holding op de Brusselse beurs worden. Maar vandaag is die dus nog ondergewaardeerd. Jammer, of je kan het van de positieve kant bekijken: een koopje.”.

Heeft u nog andere favorieten?

Alibaba vind ik ook zeer interessant, al is dit bedrijf totaal anders. Maar het verhaal van topman Jack Ma is nog maar pas begonnen. Het doet me denken aan de begindagen van Amazon. Toen heb ik in Londen ook in een vroeg stadium gezien dat men groot aan het worden was met e-commerce, voordat het op het Europese vasteland zichtbaar was. En ik ben zeker dat Alibaba in China nog veel groter zal worden. Op vlak van cloud services staan ze nog achter op de VS en daar heb je met China ook een politiek landenrisico, maar politieke risico’s heb je overal. Denk maar aan Trump in de VS en de Brexit. Het politiek risico in China wordt in mijn ogen overroepen. Men heeft een grote markt van consumenten die nu pas begint te consumeren en de partij doet er alles aan om de consumptie op te krikken. Alibaba zal ongetwijfeld nog een zeer belangrijke rol gaan spelen in China”.

Nog een laatste tip voor de lezer?

“Belangrijk is vooral dat je verschillende dingen in je portefeuille hebt om je risico’s uit te balanceren. Niet-cyclische bedrijven zijn saai, maar performen op de lange termijn wel goed en zijn stabiel. Technologiebedrijven hebben het zeer goed gedaan de afgelopen jaren en doen het nu minder, ook al een reden waarom Alibaba nu 33% onder zijn hoogste koers staat. De lage koers verontrust me trouwens totaal niet als aandeelhouder. Wat mij wel een onbehaaglijk gevoel geeft, is dat ik wil bijkopen, maar dat ik niet mag omdat ik al genoeg aandelen heb. Je moet immers altijd spreiden, want zelfs de beste bedrijven kunnen failliet gaan”.

Hoeveel mag je als belegger in 1 positie hebben?

Bij een gediversifieerde holding mag zo’n positie groot zijn. En als je iets goedkoop gekocht hebt, mag je gerust je winsten laten oplopen. Zo had ik Galapagos in portefeuille aan 8,60 euro per aandeel. Op een bepaald moment stond het echter op 230 euro en ik verkocht nog niet. In theorie moet je herbalanceren na zo’n winsten omdat deze posities anders al snel je hele portefeuille gaan omvatten. Ik heb dat niet gedaan omdat ik gekocht had met een beperkte inleg. Aan 115 euro heb ik ze daarna wel verkocht, of toch voor 91 procent, omdat de fundamentele situatie veranderd was. Toen bleek dat hun  top product niet verkocht mocht worden in de VS, de meest beloftevolle markt. Dan is het aandeel gehalveerd in waarde en nam ik afscheid. Niet uit emotie, maar de fundamentele situatie is anders en daardoor zakt het potentieel aanzienlijk. Dan moet je er rationeel gezien een einde aan maken. Later verkocht ik ook mijn restpositie in Galapagos.

En een laatste tip. Als jonge belegger verkocht ik veel te snel, bij een winst van enkele tientallen  procenten. Het erge is dat ik Lotus Bakeries aan 40 euro per aandeel had en verkocht heb aan 55 euro, terwijl het nu op 4500 euro per aandeel staat. De grootste verliezen die ik heb opgelopen, komen vooral doordat ik te vroeg verkocht heb. Die fout maak ik nu niet meer. Ik denk nu in veelvouden en zal zelden een aandeel kopen als ik niet geloof in een verdubbeling van de waarde. Op mijn grootste posities trade ik eigenlijk niet of nauwelijks. Achteraf gezien blijkt dat stilzitten vaak ook de beste beslissing. Bij mijn beleggingen denk ik als een ondernemer. Die wil ook niet meteen verkopen.

Dit interview verscheen in de juni-editie van Beursmagazine.

Wil je mee beleggen met Stefan Willems, Pascal Paepen en Jan Reyns? Schrijf je dan in op de Spaarvarkens Beleggingsclub!

Meer info over de Spaarvarkens Beleggingsclub lees je hier!

 

74 rating(s), gemiddelde: 4.9.